De blauwe jongen - Jean Giono Noor KochEen geromantiseerde autobiografie, zo typeerde Jean Giono zijn Jean le Bleu (1932), waarin hij de herinneringen aan zijn jeugd in Manosque (Haute Provence) heeft geboekstaafd. Robuust en zintuiglijk roept Giono het grote ouderlijk huis op, met het donkere schoenlappersatelier van zijn vader boven, en beneden de lichte wasserij van zijn moeder, waar wasmeisjes rondfladderen die de jonge Jean niet onberoerd laten; de binnenplaats met schapen en de
Radnóti’s reputatie als dichter was en is in Hongarije groot – zij het niet onomstreden: de huidige regering rangschikt hem onder de ‘minder belangrijke auteurs’
is Torsten de enige die haar een antwoord kan geven – tenzij de oplossing er al is
Als Camus in 1958 besluit een dertigtal artikelen over Algerije te bundelen onder de titel Algerijnse kronieken
Ooit had hij een eigen zaak
en het werk is dun gezaaid
brigadier Fottrell banden lek prikt om te voorkomen dat mensen in fietsen veranderen en James Joyce
ouder worden
godin van de oorlog en wijsheid en de beschermster van de stad Athene
neemt de vrouw zomaar een afslag van de snelweg en huurt een kamer in een goedkoop motel
Maar de gesprekken die hij met Orkideh voert
Op een dag vertelt de vader van Lars hem dat ze de bergen achter de boerderij in gaan
maar om mijn ziel te redden'